Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
12 november 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van lokaalvredebreuk tijdens een demonstratie bij een pensioenfonds. De verdediging voerde aan dat de strafvervolging onverenigbaar was met de artikelen 10 en 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), die de vrijheid van meningsuiting en vergadering waarborgen.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest voor zover het de strafbaarverklaring en strafoplegging betrof, en tot ontslag van de verdachte van alle rechtsvervolging. De Hoge Raad sloot zich hierbij aan en vernietigde het arrest van het hof uitsluitend op die onderdelen. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, maar verbond daaraan geen nadere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad deed de zaak zelf af en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging. Hiermee werd bevestigd dat de strafvervolging in strijd was met de fundamentele rechten van de verdachte zoals beschermd door het EVRM, en dat de strafrechtelijke vervolging niet kon worden gehandhaafd.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens onverenigbaarheid van de strafvervolging met EVRM-artikelen 10 en 11.