ECLI:NL:HR:2024:162
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en belastingrente
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland inzake belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2017 en een beschikking over belastingrente voor 2014 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de klachten niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president van de Hoge Raad, J.A.R. van Eijsden, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk op 2 februari 2024, waarmee het beroep in cassatie ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.