ECLI:NL:HR:2024:1595
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking 2015
Belanghebbende heeft tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2015, uitgegeven door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam, hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft op 23 april 2024 uitspraak gedaan, waarbij het beroep van belanghebbende werd afgewezen.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 8 november 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.