ECLI:NL:HR:2024:1583
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2024. Het geschil gaat over aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de jaren 2014 tot en met 2017.
De Hoge Raad heeft de klachten van de Staatssecretaris tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft ervoor gekozen om niet te motiveren waarom het beroep ongegrond is verklaard, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is vastgesteld door de raadsheren Feteris, Wortel en Van der Voort Maarschalk en op 8 november 2024 in het openbaar uitgesproken. De Staatssecretaris is een griffierecht van €559 verschuldigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard.