Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een schietpartij in 2020 in Den Haag, waarbij verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag op een beoogde wietleverancier en een medewerkster van een eethuis, alsmede vernieling van een ruit en televisie. Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat het schieten buitenproportioneel was en verwierp het verweer van noodweer en noodweerexces.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend wat betreft de strafmaat en tot vermindering van de gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden, maar stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest alleen voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf, die werd verminderd tot vijf jaar en negen maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 5 november 2024.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vijf jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.