ECLI:NL:HR:2024:152
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonkostenvoordeel Wet tegemoetkomingen loondomein
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een beschikking aangevochten betreffende een verzoek om loonkostenvoordeel op grond van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld door de Inspecteur bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 6 december 2022 uitspraak deed. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet ging om vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard. Het arrest is op 2 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.