ECLI:NL:HR:2024:1465

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/04456
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak diefstal met geweld door hoogbejaarde man

In deze zaak stond een hoogbejaarde man terecht voor diefstal met geweld, gepleegd nadat hij net € 10.000 had gepind. De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld, waarna hij cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad.

De verdediging voerde meerdere klachten aan, waaronder over de bewijswaarde van de herkenningen van de verdachte en de kwalificatie van het feit als diefstal met geweld. Met name werd betwist of het handelen van de verdachte, waarbij hij de klep van een kofferbak opende en de aangever wegduwde, kon worden aangemerkt als diefstal met geweld in de zin van artikel 312 Sr Pro.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro. Het beroep wordt derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor diefstal met geweld blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04456
Datum22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 november 2023, nummer 21-003169-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.H.W. Janssen, advocaat in Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 oktober 2024.