Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Het voorschrift van artikel 51h lid 2 Sv betreft niet de motivering van de oplegging van een straf of maatregel. Dat betekent dat de rechter niet ambtshalve is gehouden ervan blijk te geven of en, zo ja, op welke wijze hij acht heeft geslagen op de omstandigheid dat als gevolg van bemiddeling tussen het slachtoffer en de verdachte een overeenkomst als bedoeld in artikel 51h lid 2 Sv tot stand is gekomen. Dat is anders als de beslissing van de rechter afwijkt van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging of het openbaar ministerie dat in verband staat met deze omstandigheid. In dat geval brengt artikel 359 lid Pro 2, tweede volzin, Sv met zich dat de rechter in het bijzonder de redenen opgeeft die tot het afwijken van dit standpunt hebben geleid.
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
15 oktober 2024.