ECLI:NL:HR:2024:1440
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslag 2018
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 mei 2024, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018 en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente behandelde.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. Het hof had de zaak correct behandeld en het cassatieberoep bevatte geen vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zodat de Hoge Raad geen nadere motivering hoefde te geven.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in stand.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris (voorzitter), Wortel en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.