Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit grootschalige verduistering van beleggingsgelden.
Het hof had geoordeeld dat het bedrag dat de betrokkene zou hebben verduisterd volledig als persoonlijk wederrechtelijk verkregen voordeel kon worden aangemerkt, en niet als voordeel van de betrokken B.V. Tevens oordeelde het hof dat niet aannemelijk was geworden dat het voordeel aan zowel de betrokkene als een medebetrokkene was toegevallen, waardoor sprake zou zijn van dubbele ontneming, behoudens een bedrag van € 42.352,39.
De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad op 22 oktober 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene.