ECLI:NL:HR:2024:141
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier op 21 november 2023 een bericht in het digitale dossier geplaatst en een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres, waarin belanghebbende werd uitgenodigd om te reageren op de niet-betaling. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 2 februari 2024 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Punt, Fierstra en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.