Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
5.Beslissing
15 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over zwaar lichamelijk letsel door schuld in het verkeer, gepleegd op 25 juni 2018. Het hof had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 20 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 18 maanden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een eerdere veroordeling, die ten tijde van het bewezenverklaarde feit nog niet onherroepelijk was, heeft betrokken bij de strafmotivering. Het hof gebruikte deze eerdere veroordeling als strafverzwarende omstandigheid, wat niet is toegestaan. Hierdoor is de motivering van de strafoplegging ontoereikend.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafoplegging en wijst de zaak terug aan het hof voor een nieuwe beoordeling van de straf. Het overige van het beroep wordt verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 15 oktober 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.