Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het vierde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
8 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit een hennepkwekerij. De betrokkene was veroordeeld tot ontneming van het voordeel, waarbij het hof ook sealbags met niet verkochte henneptoppen en bladafval had betrokken in de schatting van het w.v.v.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof kennelijk heeft geoordeeld dat de betrokkene geen voordeel heeft behaald uit de hennep in de sealbags, maar zonder nadere motivering is onduidelijk waarom dit niet is afgetrokken van de opbrengst van de kwekerij. Hierdoor is de motivering van het hof onvoldoende en slaagt het cassatiemiddel.
De overige klachten tegen het arrest van het hof worden door de Hoge Raad niet gegrond verklaard, waarbij geen nadere motivering wordt gegeven omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing. Het arrest is gewezen op 8 oktober 2024 door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.