ECLI:NL:HR:2024:1254
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 april 2023, waarin uitspraken waren gedaan over beschikkingen inzake dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in en stelde een voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Omdat het principale beroep niet slaagt, vervalt het voorwaardelijke incidentele beroep automatisch op grond van artikel 8:112, lid 2, Awb. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt.