ECLI:NL:HR:2024:1250
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelasting
Belanghebbende heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 april 2023, waarin het hoger beroep werd behandeld over beschikkingen inzake dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en voorwaardelijk incidenteel beroep ingesteld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Omdat het principale beroep niet tot vernietiging leidt, vervalt het voorwaardelijke incidentele beroep. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en is op 20 september 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijke incidentele beroep vervalt.