ECLI:NL:HR:2024:1235
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dividendbelastingbeschikkingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch dat het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake beschikkingen over dividendbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 20 september 2024 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Hiermee blijft de uitspraak van het hof in stand en wordt het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond verklaard, waarmee de belastingrechtelijke beschikkingen inzake dividendbelasting ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.