ECLI:NL:HR:2024:1211
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak hof inzake rekeningen fijnstoftoeslag en naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake rekeningen voor fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting en een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.