ECLI:NL:HR:2024:121

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
22/00873
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420quater.1.b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in schuldwitwassen bestelauto zaak

In deze zaak stond verdachte terecht voor schuldwitwassen van een bestelauto, zoals bedoeld in artikel 420quater.1.b Sr. Het gerechtshof Den Haag had verdachte eerder veroordeeld, waarna hij in cassatie ging. Namens verdachte diende advocaat P.B. Spaargaren een cassatiemiddel in, gericht tegen het oordeel van het hof.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld, met name de vraag of verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de bestelauto afkomstig was uit enig misdrijf. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal was om het beroep te verwerpen, hetgeen de Hoge Raad heeft gevolgd. Het arrest is uitgesproken op 6 februari 2024 door de Strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president V. van den Brink, met raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00873
Datum6 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 februari 2022, nummer 22-000217-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.B. Spaargaren, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 februari 2024.