ECLI:NL:HR:2024:1199
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag belasting personenauto’s
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Belastingdienst over een opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad vond geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.