ECLI:NL:HR:2024:1194
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een door haar op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof fiscale aanspraken van de Staatssecretaris van Financiën.
In cassatie heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 13 september 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.