ECLI:NL:HR:2024:1193
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag volgde hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag. Het Gerechtshof heeft op 24 november 2022 uitspraak gedaan in deze zaak.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Gerechtshof. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag in stand. De uitspraak werd gedaan op 13 september 2024 door de Belastingkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.