ECLI:NL:HR:2024:1192
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Den Haag over door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betrof fiscale aanspraken van de Staatssecretaris van Financiën.
In cassatie heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 24 november 2022 ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.