ECLI:NL:HR:2024:1165

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
24/02255
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 457 lid 1 SvArt. 465 lid 1 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart aanvraag herziening administratieve sanctie niet-ontvankelijk

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een beslissing van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) waarbij aan de aanvrager een administratieve sanctie is opgelegd wegens het afslaan zonder richting aan te geven. De sanctie bedroeg aanvankelijk €106,50 en werd later verhoogd naar €204.

De Hoge Raad beoordeelt dat de beslissing van het CJIB geen uitspraak van een rechter in Nederland is en daarom niet kwalificeert als een uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de Hoge Raad de aanvraag tot herziening niet in behandeling nemen, conform artikel 465 lid 1 Sv Pro.

De Hoge Raad verklaart daarom de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 17 september 2024.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk omdat het geen rechterlijke uitspraak betreft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02255 H
Datum17 september 2024
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een beslissing van het Centraal Justitieel Incassobureau van 3 mei 2024, nummer 9062 5422 2537 8983, ingediend door T.S.S. Overes, advocaat in Almere,
namens
[aanvrager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd betreft volgens de aanvraag de beslissing van het Centraal Justitieel Incassobureau waarbij aan de aanvrager een administratieve sanctie als bedoeld in artikel 2 lid 1 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften ten bedrage van € 106,50 is opgelegd, wegens het afslaan zonder richting aan te geven. Die sanctie is later verhoogd naar een bedrag van € 204.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag kan niet tot herziening leiden, omdat de onder 1 genoemde beslissing waarvan herziening is gevraagd geen uitspraak van een rechter in Nederland is en daarom geen uitspraak in de zin van artikel 457 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is. Het gevolg daarvan is – gelet op artikel 465 lid 1 Sv Pro – dat de Hoge Raad het verzoek niet in behandeling kan nemen.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 september 2024.