Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het voorhanden hebben van een pistool en munitie en witwassen van een geldbedrag van €100.000.
De verdachte stelde onder meer een bewijsklacht in over het witwassen en betwistte de onttrekking aan het verkeer van een vuurwapen dat niet exact overeenkwam met het bewezen verklaarde pistool. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en zag geen aanleiding om inhoudelijk op deze vragen in te gaan.
Wel stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twaalf maanden tot een duur van elf maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 30 januari 2024.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, het cassatieberoep wordt verder verworpen.