Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
12 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor eendaadse samenloop van lichamelijk letsel door schuld in het verkeer onder invloed van alcohol en doorrijden na een ongeval. Het hof had een gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de straf, met een voorstel tot vermindering. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte volstond met een algemene constatering van overschrijding van de redelijke termijn op grond van de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de strafduur betreft en stelde de straf vast op elf maanden en twee weken gevangenisstraf. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee wordt benadrukt dat bijzondere omstandigheden nodig zijn om een overschrijding van de redelijke termijn zonder nadere motivering te accepteren.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd van twaalf maanden naar elf maanden en twee weken wegens onrechtmatige overschrijding van de redelijke termijn.