ECLI:NL:HR:2024:1031
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende, een B.V., heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 5 december 2022, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 15 april 2022 werd behandeld. De Staatssecretaris van Financiën trad op als verweerder in deze procedure.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat de beoordeling van de klachten geen vragen opriep die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren en is op 5 juli 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd.