ECLI:NL:HR:2024:103
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres. Het griffierecht is echter niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld om te reageren op het niet voldoen van het griffierecht. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor veroordeling in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Punt, Fierstra en Cools en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.