ECLI:NL:HR:2024:1029
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake omzetbelasting augustus 2019
Belanghebbende, een B.V., had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over het door haar op aangifte voldane bedrag aan omzetbelasting voor augustus 2019. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is op 5 juli 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren. Hiermee is het cassatieberoep afgewezen en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.