Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:977

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2023
Publicatiedatum
23 juni 2023
Zaaknummer
21/03452
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26.1 WWMArt. 440 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen voorhanden hebben van omgebouwd alarmpistool en pistoolmitrailleur

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het voorhanden hebben van een omgebouwd alarmpistool met munitie en een pistoolmitrailleur. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken na bewijsuitsluiting, maar het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de wapens onder de passagiersstoel waarop hij zat, mede gelet op DNA-sporen.

De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad volgde dit advies en verminderde de gevangenisstraf van 324 naar 308 dagen. De overige klachten, waaronder die over de bewezenverklaring van medeplegen, werden verworpen omdat het hof voldoende gemotiveerd had geoordeeld dat verdachte de wapens voorhanden had gehad in vereniging met medeverdachten.

De Hoge Raad benadrukte dat de aanwezigheid van DNA van verdachte op de wapens en de plaatsing onder de stoel waarop hij zat, samen met de aanwezigheid van DNA van medeverdachte, de bewezenverklaring rechtvaardigen. De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent medeplegen en het voorhanden hebben van verboden wapens in een gezamenlijke context.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 308 dagen, overige klachten worden verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03452
Datum27 juni 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juli 2021, nummer 20-002553-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.L. L’Homme, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het medeplegen van het voorhanden hebben van wapens en munitie.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 14 tot en met 27.

4.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

4.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
4.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 324 dagen.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 308 dagen beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 juni 2023.