Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 juni 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de curator in het faillissement van een vennootschap tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De curator vordert onder meer verklaringen voor recht dat de bestuurders en houdstermaatschappij onbehoorlijk hebben bestuurd en aansprakelijk zijn voor het faillissement.
De rechtbank en het hof hadden de vorderingen afgewezen, waarbij het hof oordeelde dat de curator kon beschikken over een volledige administratie van de failliete vennootschap. De curator stelde echter dat de administratie niet volledig was aangeleverd, met name omdat de administratie pas zes weken na faillissement was bijgewerkt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de curator over de volledige administratie kon beschikken, mede omdat het hof ten onrechte voorbij ging aan de stellingen van de curator over de onvolledigheid. Het arrest van het hof wordt daarom vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de verweerders in de kosten van het cassatiegeding en bepaalt dat deze binnen veertien dagen voldaan dienen te worden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.