Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 juni 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte het strafbare feit van het aanwezig hebben van hennepplanten kon worden toegerekend. Verdachte had een woning gehuurd die hij vervolgens onderverhuurde aan een derde, waarin 238 hennepplanten werden aangetroffen. Het hof had geoordeeld dat verdachte deze hennepplanten aanwezig had, maar de Hoge Raad stelde vast dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat verdachte feitelijke macht over de planten had.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat verdachte in het verleden herhaaldelijk was veroordeeld voor het telen en aanwezig hebben van hennep, en dat hij wist dat zijn onderhuurder zich met illegale activiteiten bezighield, onvoldoende is om aan te nemen dat verdachte over de hennepplanten kon beschikken. Hierdoor kon het bewezenverklaarde niet worden gehandhaafd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de beslissing over het meer subsidiaire tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening. Deze uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor feitelijke macht bij het aanwezig hebben van verboden middelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs van feitelijke macht over hennepplanten.