Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:892

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
21/01700
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c lid 1 RvArt. 397 lid 1 RvArt. 407 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving procesinleidingvereisten

In deze zaak heeft eiser cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en het arrest in de onderliggende procedure. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkheid van eiser vanwege formele tekortkomingen in de procesinleiding.

De procesinleiding is niet ingediend langs de voorgeschreven elektronische weg en voldoet niet aan de eis dat een advocaat bij de Hoge Raad wordt aangewezen die eiser in cassatie zal vertegenwoordigen. Hoewel eiser de mogelijkheid had om deze tekortkomingen binnen twee weken te herstellen door een nieuwe procesinleiding in te dienen, heeft hij hier geen gebruik van gemaakt.

De Hoge Raad ziet daarom geen aanleiding om de reactie van eiser op de conclusie van de Procureur-Generaal te betrekken, aangezien deze niet door een advocaat is ingediend. Gelet op deze omstandigheden verklaart de Hoge Raad eiser niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-naleving van procesinleidingvereisten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01700
Datum9 juni 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
tegen
STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING,
gevestigd te Zoetermeer,
VERWEERSTER in cassatie.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/552985 / HA ZA 18-543 van de rechtbank Den Haag van 19 september 2018 en 24 oktober 2018
b. het arrest in de zaak 200.262.916/01 van het gerechtshof Den Haag van 13 oktober 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof cassatieberoep ingesteld.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] in zijn cassatieberoep.
[eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. Nu deze reactie niet door een advocaat bij de Hoge Raad is ingediend, zal de Hoge Raad daarop geen acht slaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv zoals dat luidde ten tijde van de indiening van de procesinleiding (thans art. 397 lid 1 Rv Pro) voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv Pro, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiser] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c (oud) en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiser] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
9 juni 2023.