Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
13 juni 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over gewoontewitwassen. De verdachte werd onder meer veroordeeld voor witwassen van geldbedragen, een appartement en een auto in Nederland en Marokko.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, omdat stukken te laat door het hof waren ingezonden en de Hoge Raad zelf meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep uitspraak deed.
De Hoge Raad achtte deze klacht gegrond en stelde vast dat de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet relevant waren voor de rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en bevestigde het arrest voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk vanwege overschrijding van de redelijke termijn.