ECLI:NL:HR:2023:833

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
21/02521
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt tariefindeling douanerechten voor tandheelkundige bevestigingsproducten

Belanghebbende, een bedrijf gevestigd te [Z], voerde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam inzake aan hen opgelegde douanerechten. De zaak betrof de juiste tariefindeling van producten die worden gebruikt voor het bevestigen van brackets op tanden en producten voor tandvulling, waaronder lijm en andere kleefmiddelen.

De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat het hof op goede en niet voor twijfel vatbare gronden een juiste beslissing heeft genomen. De klachten konden dan ook niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De advocaat-generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep, waarop belanghebbende schriftelijk had gereageerd. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, M.E. van Hilten, en raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en op 2 juni 2023 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de eerdere uitspraak van het hof in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/02521
Datum2 juni 2023
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2021, nr. 19/00711, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/3768) betreffende aan belanghebbende uitgereikte uitnodigingen tot betaling van douanerechten. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.H. Scheer, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 30 september 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. [1]
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. Het Hof heeft – naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is – op goede gronden een juiste beslissing gegeven.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2023.

Voetnoten

1.ECLI:NL:PHR:2022:978, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2022:980.