Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
30 mei 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het meermalen verspreiden van flyers die aanzetten tot discriminatie en belediging van homoseksuelen, in strijd met artikel 137e lid 1 sub 2 Sr.
De verdachte voerde onder meer aan dat zijn recht op vrijheid van meningsuiting, zoals gewaarborgd in artikel 10 EVRM Pro, onterecht werd beperkt en dat het hof de redelijke termijn in hoger beroep had overschreden zonder voldoende motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om deze uitgebreid te motiveren. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden vanwege late toezending van stukken door het hof. Gezien de opgelegde geldboete van € 500, subsidiair tien dagen hechtenis, achtte de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; arrest hof Amsterdam blijft in stand ondanks overschrijding redelijke termijn.