Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:792

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
22/00423
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:268 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over voortzetting huur woonruimte door samenwoner na overlijden huurder

In deze zaak stond centraal de vraag of de samenwoner van een overleden huurder de huur van woonruimte kan voortzetten op grond van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De feiten en eerdere beslissingen van de kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam vormden de basis van het geschil.

Eisers stelden cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, dat hun vordering had afgewezen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van eisers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder inhoudelijke motivering, omdat beantwoording van de gestelde vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens zijn eisers veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Hiermee is het arrest van het hof Amsterdam van 16 november 2021 bekrachtigd, waarmee de samenwoner geen voortzetting van de huurovereenkomst kon afdwingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers is verworpen en het arrest van het hof Amsterdam is bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/00423
Datum26 mei 2023
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: J. van Weerden,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: N.C. van Steijn.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 8092378 CV EXPL 19-20769 van de kantonrechter te Amsterdam van 24 december 2019 en 31 maart 2020;
b. het arrest in de zaak 200.279.489/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 november 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie en de aanvullende conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekken tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
26 mei 2023.