Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:770

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 mei 2023
Publicatiedatum
24 mei 2023
Zaaknummer
21/04428
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 Leerplichtwet 1969Art. 5.b Leerplichtwet 1969Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep wegens niet-inschrijving schoolplichtige dochter ondanks spiritueel holisme

De zaak betreft een moeder die wordt vervolgd wegens het niet voldoen aan de plicht om haar 5-jarige dochter in te schrijven op een school, een overtreding van artikel 2.1 van de Leerplichtwet 1969. De moeder beriep zich op een vrijstelling op grond van artikel 5.b van de Leerplichtwet, met als argument dat zij vanuit een spiritueel holistische overtuiging handelde.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had de moeder eerder veroordeeld, waarna zij in cassatie ging bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van de moeder niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep van de moeder verworpen en daarmee het arrest van het hof bevestigd. Hiermee blijft de veroordeling wegens het niet inschrijven van de dochter op school in stand, ondanks het beroep op spiritueel holisme als vrijstellingsgrond.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de veroordeling wegens niet-inschrijving van de dochter op school blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04428
Datum30 mei 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 oktober 2021, nummer 20-002032-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 mei 2023.