Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
24 januari 2023.
Hoge Raad
De verdachte is door het hof Den Haag veroordeeld voor mishandeling, medeplegen afpersing op de openbare weg, diefstal en poging tot doodslag tot zes maanden jeugddetentie en een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een proeftijd van twee jaar.
Het hof legde als bijzondere voorwaarde op dat de verdachte zich tijdens de proeftijd zou houden aan een avondklok, waarvan de invulling werd overgelaten aan de jeugdreclassering. De Hoge Raad oordeelt dat deze voorwaarde in strijd is met artikel 77z lid 2 Sr omdat het hof onvoldoende duidelijk heeft omschreven binnen welke grenzen de jeugdreclassering de avondklok mag invullen, waardoor onduidelijk blijft welk gedrag van de veroordeelde wordt verwacht.
Daarnaast is de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro overschreden, wat leidt tot vermindering van de opgelegde jeugddetentie tot vijf maanden en drie weken. De Hoge Raad vernietigt de bijzondere voorwaarde avondklok en de duur van de jeugddetentie, wijzigt de straf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De bijzondere voorwaarde avondklok wordt vernietigd en de jeugddetentie verminderd tot vijf maanden en drie weken.