Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 mei 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 9 mei 2023 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 25 oktober 2021 werd gewezen. De zaak betreft de verdachte die beschuldigd werd van het beschadigen van een personenauto door een wijnfles tegen de auto te gooien, wat valt onder artikel 350.1 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft in cassatie een beroep gedaan op overmacht in de zin van noodtoestand, zoals geregeld in artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld, dat was ingediend door de advocaat E.E.W.J. Maessen. De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof onderzocht en geconcludeerd dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft daarbij geen verdere motivering hoeven geven, omdat de vragen die aan de orde waren niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, waarmee de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, samen met de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.