ECLI:NL:HR:2023:685

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 mei 2023
Publicatiedatum
4 mei 2023
Zaaknummer
23/00278
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 SrArt. 138 SrArt. 6 EVRMArt. 41 EVRMArt. 472 lid 1 Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening veroordeling oplichting en huisvredebreuk wegens schending art. 6 EVRM

De Hoge Raad heeft op 9 mei 2023 een arrest gewezen waarin een aanvraag tot herziening van een eerder arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2017 werd behandeld. De aanvrager was veroordeeld voor oplichting en huisvredebreuk, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf als straf. De aanvraag tot herziening was gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 10 januari 2023, waarin werd vastgesteld dat artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) was geschonden in de procedure die tot de veroordeling had geleid.

De advocaat-generaal concludeerde dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond moest verklaren en, indien nodig, de tenuitvoerlegging van het eerdere arrest moest opschorten of schorsen. De Hoge Raad volgde deze conclusie en besloot de zaak te verwijzen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een volledige hernieuwde berechting en afdoening volgens de relevante artikelen van het Wetboek van Strafvordering.

Deze beslissing betekent dat de eerdere veroordeling niet langer definitief is en dat de aanvrager recht krijgt op een nieuwe, eerlijke procedure die voldoet aan de eisen van het EVRM. Hiermee wordt rechtsherstel beoogd na de geconstateerde schending van het recht op een eerlijk proces.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00278 H
Datum9 mei 2023
ARREST
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 oktober 2017, nummer 21-005790-16, ingediend door M. Berndsen, advocaat te Amsterdam,
namens
[aanvrager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de aanvrager.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het hof heeft de aanvrager veroordeeld voor 1. “oplichting” en 2. “in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen” tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van honderd uren, subsidiair vijftig dagen hechtenis.

2.De aanvraag tot herziening

2.1
De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2
De aanvraag is gebaseerd op een naar aanleiding van een klacht van de aanvrager gedane uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 10 januari 2023, no. 61125/19, waarin is vastgesteld dat artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden in de procedure die tot de veroordeling heeft geleid. Deze uitspraak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 8.

3.De conclusie van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, daarbij voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van 2 oktober 2017 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in de strafzaak van de aanvrager zal bevelen, en de zaak op de voet van artikel 472 lid 1 Sv Pro, in verbinding met artikel 471 lid 1 Sv Pro, zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak opnieuw zal worden berecht en afgedaan.

4.Beoordeling van de aanvraag

Op de door de advocaat-generaal in zijn conclusie onder 9-10.1 vermelde gronden is de aanvraag gegrond.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
- beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van het gerechtshof;
- verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak op de voet van artikel 472 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 mei 2023.