Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:627

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
21/04688
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 343.1 Sr (oud)Art. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen

In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen. Het hof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld voor het als bestuurder van een rechtspersoon op bedrieglijke wijze onttrekken van bijna € 200.000 aan de boedel en het medeplegen van gewoontewitwassen van ruim € 250.000, waaronder de aankoop van een Porsche en BMW.

Verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder of zij na de verkoop van de rechtspersoon nog als feitelijk bestuurder kon worden aangemerkt, en of de bewijslast voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen voldoende was. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven.

Het arrest werd op 18 april 2023 gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarna het beroep werd verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van het hof in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04688
Datum18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 oktober 2021, nummer 21-000975-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G. Vos, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.