Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
18 april 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen. Het hof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld voor het als bestuurder van een rechtspersoon op bedrieglijke wijze onttrekken van bijna € 200.000 aan de boedel en het medeplegen van gewoontewitwassen van ruim € 250.000, waaronder de aankoop van een Porsche en BMW.
Verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder of zij na de verkoop van de rechtspersoon nog als feitelijk bestuurder kon worden aangemerkt, en of de bewijslast voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen voldoende was. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, hoefde de Hoge Raad geen nadere motivering te geven.
Het arrest werd op 18 april 2023 gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarna het beroep werd verworpen. Hiermee blijft de veroordeling van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van bedrieglijke bankbreuk en gewoontewitwassen.