Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
18 april 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam in een strafzaak over het vervoeren van cocaïne en medeplegen van voorbereidingshandelingen van cocaïnehandel. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, met vermindering van de straf. De Hoge Raad beoordeelde de cassatiemiddelen en verwierp de klachten over de inhoudelijke uitspraak van het hof, zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden vanwege te late toezending van stukken door het hof. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 23 naar 22 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor de strafmaat, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 18 april 2023.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 23 naar 22 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.