Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:614

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
21/02819
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verbeurdverklaring auto bij medeplegen hennepteelt wegens onvoldoende bewijs gebruik auto als hulpmiddel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van hennepteelt en waarbij tevens een personenauto werd verbeurd verklaard. Het hof had geoordeeld dat de auto, die aan de verdachte toebehoorde, was gebruikt om de kwekerij te bezoeken en daarom vatbaar was voor verbeurdverklaring als voorwerp waarmee het feit was begaan.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend ten aanzien van de verbeurdverklaring van de auto. De Hoge Raad oordeelde dat het enkele feit dat de auto is gebruikt om de kwekerij te bezoeken niet voldoende is om te stellen dat het feit met behulp van de auto is begaan zoals bedoeld in artikel 33a lid 1 sub c Sr.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de verbeurdverklaring van de auto betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het overige cassatieberoep werd verworpen. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel met verwijzing naar de toepasselijke wetsartikelen en het bewijs dat onvoldoende was om de auto als hulpmiddel bij het strafbare feit aan te merken.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van de auto en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02819
Datum18 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021, nummer 21-000564-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen personenauto, tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak wat betreft de beslissing ten aanzien van deze inbeslaggenomen personenauto opnieuw wordt berecht en afgedaan, en verwerping van het beroep voor het overige.
Namens de verdachte hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen auto.
3.2.
Het hof heeft ten laste van de verdachte onder 2 bewezenverklaard dat hij:
“in de periode van 4 mei 2017 tot en met 19 juni 2017 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt, in een pand gelegen aan of bij de [a-straat 1] aldaar, in totaal 275 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.”
3.3.1
Het hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring van de auto onder meer het volgende overwogen en beslist:
“Beslag
Onder verdachte is een personenauto, merk Volkswagen Golf, met kenteken [kenteken] , inbeslaggenomen. De rechtbank heeft deze auto verbeurd verklaard, omdat deze aan de verdachte toebehoorde en is gebruikt om de onder 2 primair tenlastegelegde kwekerij te bezoeken.
De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat een verbeurdverklaring niet aan de orde is, primair vanwege de door haar bepleite vrijspraak en subsidiair omdat de auto niet aan de verdachte toebehoort, maar aan zijn vader, hetgeen onder meer blijkt uit de op de terechtzitting van het hof als getuige afgelegde verklaring van de vader van de verdachte.
(...)
Het hof leidt uit het dossier derhalve af dat de auto de verdachte toebehoort.
(...)
Gelet hierop en in aanmerking genomen dat met behulp van de auto het onder 2 primair tenlastegelegde is begaan, is het hof met de rechtbank van oordeel dat de auto vatbaar is voor verbeurdverklaring.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57 en 3 10 van het Wetboek van Strafrecht.
(...)
Beslissing
(...)
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: personenauto, VW Golf, kenteken [kenteken] .”
3.3.2
Artikel 33a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht luidt voor zover van belang:
“Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:
(...)
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
(...)”
3.3.3
Anders dan het hof heeft overwogen, volstaat de enkele omstandigheid dat de auto is gebruikt “om de kwekerij te bezoeken” niet voor zijn oordeel dat het bewezenverklaarde ‘met behulp van’ die auto is begaan.
3.4
De klacht is gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen auto;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.