Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:612

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
22/04354
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 98 SvArt. 218 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake beslag op notariële gegevens bij verdenking witwassen

In deze zaak stond centraal het beslag op diverse stukken en digitale gegevensdragers onder een notaris en notariskantoor, in verband met verdenking van gewoonte maken van opzettelijk niet onverwijld melden van ongebruikelijke transacties en het faciliteren van witwassen.

De klagers hadden beklag ingediend tegen het beslag en stelden onder meer dat de rechtbank ten onrechte marginaal had getoetst of er een redelijk vermoeden van schuld bestond en dat het verschoningsrecht van de notaris onterecht was doorbroken. De Hoge Raad heeft de klachten van de klagers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.

De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het oordeel van de rechtbank nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank Amsterdam in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het beslag op notariële stukken en digitale gegevens blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04354 Bv
Datum18 april 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 8 november 2022, nummers RK 22/013045; 22/013051; 22/017173 en 22/017171, op klaagschriften als bedoeld in artikel 98 lid 4 in Pro samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,
en
[klaagster], H.O.D.N. [A],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de klagers.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 april 2023.