Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het hof concludeert dat de verdachten door gebruik van (dwang)middelen, namelijk het dreigen met geweld, door uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht en het misbruik maken van de kwetsbare positie van [slachtoffer] , die [slachtoffer] hebben bewogen in het café te werken en te blijven werken. Doordat verdachte gedurende ruim drie jaren heeft bespaard op personeelskosten heeft hij ook een aanzienlijk voordeel getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer] . Het hof komt aldus tot een bewezenverklaring van sub 4 en sub 6.”
In dit verband is nog van belang dat ‘uitbuiting’ moet worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f lid 1, aanhef en onder 4º, Sr, nu de in die bepaling bedoelde gedragingen eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat is voldaan aan de voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld (vgl. HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:556).
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
11 april 2023.