ECLI:NL:HR:2023:525

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 april 2023
Publicatiedatum
31 maart 2023
Zaaknummer
21/04993
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 lid 1 SrArt. 9 lid 2 WVW 1994Art. 279 lid 1 SvArt. 432 lid 1 sub c Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens te late indiening in oplichtingszaak

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 november 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor oplichting door te tanken zonder te betalen en het rijden terwijl het rijbewijs ongeldig was verklaard.

Verdachte werd op de terechtzitting van het hof op 2 november 2021 bijgestaan door een uitdrukkelijk gemachtigde advocaat, waardoor het cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof had moeten worden ingesteld. Het beroep werd echter pas op 3 december 2021 ingediend, wat te laat is volgens artikel 432 lid 1 sub c Sv Pro.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het arrest ten aanzien van één feit en de strafoplegging, met terugwijzing naar het hof voor hernieuwde berechting. Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding en neemt het cassatieberoep niet in behandeling.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 11 april 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04993
Datum11 april 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 november 2021, nummer 21-004357-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend ten aanzien van feit 2 en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Volgens de stukken heeft de verdachte zich op de terechtzitting van het hof van 2 november 2021 op grond van artikel 279 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering laten verdedigen door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde advocaat. Daarom had het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 16 november 2021. Het beroep is echter pas ingesteld op 3 december 2021. Om die reden kan de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 april 2023.