ECLI:NL:HR:2023:424

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 maart 2023
Publicatiedatum
16 maart 2023
Zaaknummer
22/01743
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet meewerken aan re-integratie

De zaak betreft een cassatieberoep van een werkneemster tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst bevestigde wegens het niet meewerken aan re-integratie.

Eerder had de kantonrechter te Utrecht de ontbinding al uitgesproken. De werkneemster stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van de beschikking konden leiden.

De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder inhoudelijke motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De werkneemster werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €2.657,-. De uitspraak werd gedaan door de vicepresident en raadsheren van de Civiele Kamer van de Hoge Raad op 17 maart 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkneemster wordt verworpen en de ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/01743
Datum17 maart 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
[werkneemster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: [werkneemster],
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
[werkgever] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de werkgever,
advocaat: J.P. Heering.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 9132473 UF. VERZ 21-102 SGK/44740 van de kantonrechter te Utrecht van 25 juni 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.300.103 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 februari 2022.
[werkneemster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De werkgever heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [werkneemster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de werkgever begroot op € 857,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en G.C. Makkink en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
17 maart 2023.