Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 maart 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor meermalige verkrachting en feitelijke aanranding van eerbaarheid. De verdachte maakte misbruik van het vertrouwen van meisjes en vrouwen die droomden model te worden.
In cassatie werden klachten ingediend over de bewijsvoering en het afwijzen van een verzoek tot het horen van getuigen, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad hoefde deze klachten niet inhoudelijk te motiveren omdat zij niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 36 maanden naar 33 maanden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en wees het beroep voor het overige af. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 36 naar 33 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het beroep wordt verder verworpen.