ECLI:NL:HR:2023:37

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
13 januari 2023
Zaaknummer
22/01484
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overname tenuitvoerlegging van gevangenisstraf in WOTS-zaak met betrekking tot amfetamine-invoer

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 17 januari 2023 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een beslissing van de rechtbank Midden-Nederland. De zaak betreft een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot overname van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf die aan een Nederlander was opgelegd. De veroordeelde was in Noorwegen veroordeeld tot zeven jaren gevangenisstraf wegens medeplegen van de invoer van een grote hoeveelheid amfetamine. De Hoge Raad heeft de klachten van de veroordeelde over de hoogte van de opgelegde straf beoordeeld. De verdediging stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde bij het vaststellen van de strafmaat.

De Hoge Raad heeft de klachten van de veroordeelde echter niet gegrond verklaard. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het was niet nodig om de redenen voor dit oordeel verder te motiveren, aangezien de vragen die aan de orde waren niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad heeft het beroep van de veroordeelde dan ook verworpen, waarmee de beslissing van de rechtbank in stand bleef.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01484 W
Datum17 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 april 2022, nummer 16-254480-21, omtrent een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de veroordeelde.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft F.P. Slewe, advocaat te Schiphol, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de veroordeelde heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 januari 2023.