ECLI:NL:HR:2023:367
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslag 2013
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 december 2020, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland werd behandeld. De zaak betrof de aan belanghebbende opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten tegen het arrest van het hof beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was nadere motivering niet vereist volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Feteris, Faase en Van Eijsden op 10 maart 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.